Proctor Media Projects van Rogier Proper ziet zich in een jarenlang voortslepend – met steun van de Stichting Rechtshulp Auteurs van de LIRA en het kantoor Bremer & De Zwaan gevoerd – proces tegen film & tv-producent D&D (Dullaert en Dumas), eindelijk aan de winnende hand. Het Gerechtshof stelde in een zogeheten tussenarrest Proctor inhoudelijk in het gelijk. De uitspraak van het Hof is belangrijk voor schrijvers omdat het Hof duidelijk maakt dat een optie op vervolgopdrachten niet zomaar door een producent kan worden genegeerd, maar dat hij zich in moet zetten te zorgen dat de schrijver de klus ook echt krijgt. De uitspraak is des te bevredigender omdat de Rechtbank in eerste instantie D&D gelijk gaf.
Waar ging het over? D&D had aan Rogier Proper in zijn contract voor het schrijven van de kinderserie “Spetter!” (in opdracht van het Dolfinarium) een ‘first right of refusal‘ verleend. Dat wil zeggen dat Proper het recht kreeg om ook de mogelijke vervolgseries te schrijven. Maar omdat hen dat niet uitkwam gaf D&D de opdracht voor een vervolgserie toch aan iemand anders (zonder Proper zelfs daarin te kennen). Ze beriepen zich daarbij later op een mailtje van hun opdrachtgever en financier, het Dolfinarium, dat geen scripts van Proper meer zou willen: volgens D&D dus een kwestie van overmacht, waardoor ze het beloofde first right of refusal dachten te mogen omzeilen.
De Rechtbank ging een heel eind mee in die gedachte, al meende zij dat de vordering niet op grond van de beweerde overmacht bij D&D, maar op grond van een ontbrekend oorzakelijk verband tussen de wanprestatie van de producent en de schade van Proctor, moest worden afgewezen (als D&D tegen de wil van het Dolfinarium had gehandeld, was de hele serie misschien niet doorgegaan en dan had Proctor dezelfde schade geleden, was de redenering). Het Hof oordeelde in hoger beroep gelukkig heel anders. D&D had immers ten onrechte Proctor nooit op de hoogte gesteld van de bezwaren en had zelfs geen enkele zichtbare poging gedaan om de opstelling van het Dolfinarium te verifiëren of het Dolfinarium van het tegendeel te overtuigen, terwijl ze nota bene zelf eerst hadden laten weten dat ze Propers scripts van de eerste serie voortreffelijk vonden! Wanneer D&D had gedaan, wat een goed producent in zo’n situatie had moeten doen, was het dus nog maar de vraag of de serie dan niet was doorgegaan.
Producenten die een first right of refusal verlenen in de overeenkomst met schrijvers zijn daaraan gehouden en kunnen niet bij nader inzien opdrachtgevers of financiers opvoeren om onderdelen uit het contract te negeren zogenaamd ‘omdat anders de hele opdracht gevaar zou lopen’, maken we op uit de conclusie van het Hof, die daarmee de eerdere uitspraak van de Rechtbank overruled.
En er ging een zucht van verlichting door de schrijversrijen.
Meer hierover hopelijk binnenkort in het Netwerkblad Plot.