NETWERK / 15 jarig bestaan

TOESPRAAK VAN PAUL JAN NELISSEN, VORXZITTER VAN HET NETWERK SCENARIOSCHRIJVERS

Op zaterdag 14 nov 09

“Op een jubileum is het gebruikelijk om alle verworvenheden te memoreren die er zijn bereikt, sinds 15 jaar geleden Willem Capteyn, Ger Poppelaars, Carel Donck en Ger Beukenkamp met hulp van de Vereniging van Letterkundigen en met een bruidschat van de LIRA, de oprichting het Netwerk Scenarioschrijvers realiseerden vanuit de gedachte “samen sta je sterker”.

Of misschien moet je zelfs teruggaan tot het jaar ‘89, het jaar waarin Lucette Bronk de stichting “Netwerk voor Scenarioschrijvers” oprichtte ter bevordering van de deskundigheid van de scenarioschrijver, waaruit het huidige Netwerk Scenarioschrijvers op die 24e september 1994 in het Filmmuseum is voortgekomen.

Want in de loop der jaren is er veel bereikt. De scenarioschrijver is een partij geworden in de sector: het ministerie van OC&W, de Raad voor Cultuur en het Filmfonds gaan in hun beleidsnota’s inmiddels allen uit van de driehoek producent-regisseur-scenarist

Zowel het vak als de opleiding tot scenarioschrijver zijn sinds de komst van het Netwerk sterk geprofessionaliseerd, waar het Netwerk een zekere bijdrage aan heeft geleverd.

Het Netwerk is een van de mede-oprichters van de Federation of Screenwriters in Europe, een federatie van scenaristenbonden die op Europese schaal voor scenaristenbelangen lobbiet. In samenwerking met de LIRA is het Contractenbureau opgericht, een advocatenkantoor dat zich sterk maakt voor gunstige contractvoorwaarden voor de inmiddels  bijna 100 aangesloten scenaristen.

En verder zijn er natuurlijk het onvolprezen vakblad Plot, het Schrijfpaleis, de jaarlijks’ op het Nederlands Filmfestival terugkerende ‘Dag van Het Scenario’ en het ledental dat inclusief aspirant-leden inmiddels is opgelopen tot meer dan 400.

Maar als scenaristen weten we maar al te goed dat de indruk verandert naarmate je een ander gezichtspunt inneemt.

Je kunt de afgelopen 15 jaar ook anders indelen:

In het eerste lustrum (’94-’99) is succesvol gelobbyd vóór en toegewerkt naar de Scenario Raamovereenkomst, verreweg ons belangrijkste wapenfeit: een i.s.m. de LIRA bij de rechter afgedwongen regeling waarbij de Pubieke Omroep zich verplichtte tot een minimumvergoeding aan de scenarist.

Het tweede lustrum (‘99 – ‘04) was een periode van relatieve bloei, waarin het aandeel drama bij de publieke omroep steeg, de gunst van het bioscooppubliek werd herwonnen en de Publieke Omroep zich min of meer loyaal aan de Scenario Raamovereenkomst hield.

In het derde lustrum (‘04 – tot heden) is de Scenario Raamovereenkomst verlopen en hoewel bij herhaling door de Publieke Omroep is toegezegd de voorwaarden te respecteren totdat er een nieuwe overeenkomst is, zijn de condities en tarieven steeds verder uitgehold en dreigt de scenarist weer even vogelvrij te worden als hij of zij voor de oprichting van het Netwerk was.

Wat er in al die jaren is bereikt – en wat dus mogelijk ook weer verloren kan gaan –  danken we m.i. niet alleen aan het voortschrijdende inzicht in het belang van het scenario en daarmee de scenarioschrijver. Ik denk dat je mag stellen dat we de verworvenheden in hoge mate  te danken hebben aan het Auteursrecht.

Niet alleen vertegenwoordigt dat recht een zekere economische waarde, maar minstens zo belangrijk: daarmee wordt de scenarioschrijver erkend als principale maker van een dramaproductie.

Dat maakt ons tot een partij die gehoord wordt – wat nog niet automatisch inhoudt dat er ook wordt geluisterd, maar toch…

Zonder het Auteursrecht zou het Netwerk Scenarioschrijvers op zijn best een gezelligheidsvereniging met educatief oogmerk zijn. En juist dat Auteursrecht staat onder toenemende druk.

Het probleem is  bekend: in de nu geldende Auteurswet zijn allerlei nieuwe uitzendmogelijkheden, zoals internet en video on demand, nog niet ondervangen, terwijl een steeds groter deel van de uitzendingen via die nieuwe digitale media tot stand komt.

Door deze ‘versplintering’ van de media wordt het voor een auteur steeds moeilijker om zelf nog bij te houden waar en hoe een auteursrechtelijk ‘beschermd’ werk wordt aangeboden; net zoals het voor degene die het werk exploiteert ondoenlijk is om voor elke uiting opnieuw toestemming te vragen aan alle afzonderlijke rechthebbenden.

Een collectieve regeling lost deze problemen op voor alle partijen: de exploitant kan dan bij 1 instantie in 1 keer de benodigde toestemming verkrijgen en de auteur is verzekerd van een billijke vergoeding. Een regeling die in andere Europese landen functioneert tot ieders tevredenheid.

Helaas denkt de Publieke Omroep, één van de belangrijkste opdrachtgevers in deze sector, daar anders over. Met de Publieke Omroep bedoel ik niet de dramamedewerkers van de omroepen of de netcoördinatoren die zich er net als de makers voor inzetten om zo goed en zo veel mogelijk drama te realiseren.

Ik doel in dit verband op de Raad van Bestuur van de PO – en in het bijzonder op de Taskforce Rechten die zij heeft ingesteld om tot een regeling met de makers te komen.

Door deze Taskforce wordt bezorgd gekeken naar de positie die het nieuwe aansluitingscontract de LIRA geeft. Er wordt gevreesd dat LIRA gebruik zal maken van het in de Auteurswet opgenomen verbodsrecht, waardoor exploitatie gehinderd zou kunnen worden.

Afgezien van het feit dat dit in de huidige situatie ook al zo is en dat LIRA niettemin bereid is om de benodigde garanties daaromtrent te verstrekken, waarom zou LIRA zoiets doen? Het is evident dat het in ieders belang is dat zoveel mogelijk werken zo goedkoop en laagdrempelig mogelijk op zo groot mogelijke schaal worden verspreid – zolang daar maar een billijke vergoeding tegenover staat.

En om dat ‘billijk’ wat in perspectief te brengen: heel graag zouden we ons mengen in de discussie rond de Balkenende-norm, maar voorlopig kibbelen we slechts over een mogelijk modaal, en zelfs dat is vandaag nog toekomstmuziek.

In een interview met het Financieel Dagblad van 30 okt jl., schets de leider van deze Taskforce, de heer Maréchal een in zijn ogen transparanter model dan de LIRA biedt: niks geen collectieve beheersorganisatie; de kabelmaatschappijen betalen de omroep, die rekent af met de producent en de producent rekent af met de scenarist.

Dat model laat aan transparantie inderdaad niets te wensen over: wij krijgen niks.

Waarmee ik niets ten nadele van de producenten wil zeggen die ongetwijfeld te goeder trouw en naar beste weten en kunnen handelen. Maar wie onze rechten ook zou moeten beheren, het kan per definitie niet de producent zijn, omdat die in dat opzicht een tegengesteld belang heeft: het is de taak van de producent de kosten zo laag mogelijk houden.

Een dergelijke maatregel zet makers en producenten tegenover elkaar en maakt hen tot economisch tegenstander bij de beoogde inhoudelijke samenwerking.

In ieder geval wordt met het dwingend opleggen ervan nog een ander recht met voeten getreden: het recht op vrije keuze van vertegenwoordiging. Ik maak graag zelf uit door wie ik mijn belangen laat behartigen.

Verreweg de meesten van ons hebben voor de LIRA gekozen omdat die organisatie uit de schrijvers zelf voortkomt en geen ander belang heeft dan de belangen van de aangeslotenen.

Waar het model van Maréchal toe leidt dat weten we inmiddels maar al te goed: sinds het verlopen van de SRO in juni 2006 zijn zoals gezegd de tarieven en vergoedingen voor herhalingen stelselmatig uitgehold. Resulterend in een confrontatie waarbij de scenarist zijn rechten en aanspraken voor eeuwig overdraagt voor een hardgekookt ei of anders wordt uitgesloten van de opdracht.

Illustratief voor dit slikken-of-stikken beleid is een intern memo van de heer Maréchal van 12 okt jl., waarin omroepen en producenten wordt ontraden in zee te gaan met scenaristen van het Contractenbureau – zolang datzelfde Contractenbureau niet wil meewerken aan een volledige overdracht van rechten.

Het is een droeve constatering dat tegelijkertijd met de viering van ons 15-jarig bestaan een aantal vooraanstaande scenaristen wordt geboycot in een poging om ons collectief te dwingen onze rechten voor eeuwig weg te tekenen.

Het Netwerk heeft niet de wettelijke status van een vakbond en wij kunnen onze leden niet dwingend solidariteit opleggen. Maar graag ga ik met u terug naar het Filmmuseum, 24 september, 15 jaar geleden, toen het Netwerk werd opgericht door onze ‘founding fathers’ in het besef dat alleen onze gezamenlijkheid ons een stem geeft.

Daarom roept het bestuur van het Netwerk u op om die gezamenlijkheid in stand te houden en daarmee de door ons gekozen belangenvertegenwoordigers in staat te stellen datgene te bevechten wat nodig is om ons ook in de komende jaren verder te ontwikkelen zoals in de afgelopen 15 is gedaan!

Van harte!”

Paul Jan Nelissen

Voorzitter Netwerk Scenarioschrijvers

Laatst bewerkt door rogier op 25 november 2009 om 13:14

Geplaatst op 20 november 2009 om 15:13.
Print dit bericht