==== Onlangs verwierp het Hof Amsterdam het hoger beroep van IJswater Films bv tegen de eerdere uitspraak van de Rechtbank Amsterdam: IIswater heeft geen optie verkregen voor de verfilming van Tommie Wieringa’s roman “Joe Speedboot”. Het Filmfonds bleef jarenlang van het tegendeel uitgaan en betaalde…
De ruzie tussen Wieringa en IJswater ontstond toen Wieringa een eerste versie van het scenario las dat IJswater had laten maken door Heleen Suèr. Hij vond het een puberale interpretatie van zijn boek en verbood de verfilming. Dat kon hij blijkbaar doen omdat de optie-overeenkomst die zijn uitgever De Bezige Bij en IJswater indertijd per fax hadden gesloten een voorlopige overeenkomst was waarbij werd afgesproken ‘dat een en ander’ nader moest worden ‘uitgewerkt in een optieovereenkomst’, zo bevestigt het Hof nu.

Pikant is dat uit de stukken blijkt dat die voorlopige overeenkomst alleen maar op verzoek van producent IJswater werd gemaakt om het Filmfonds te foppen. Met de fax kon IJswater kennelijk naar Nederlandse Fonds voor de Film stappen om subsidies voor scenario, ontwikkeling en realisatie te onderbouwen. Want een producent moet daarvoor beschikken over de verfilmingsrechten van een werk.

Kennelijk verifieert het Filmfonds dit nauwelijks bij de auteurs. Eerst werden treatment- en scenariobijdragen verleend van 10.000 en 20.000 euro, vervolgens een projectontwikkelingsbijdrage van 15.000 en tenslotte in 2007 nog een realiseringsbijdrage van 578.570 voor deze door André van Duren te regisseren film. De vraag is nu of deze bedragen, voor zover uitgekeerd, aan het Fonds terugbetaald moeten worden. Het Filmfonds zal zich toch op een of andere wijze ervan moeten verzekeren niet bij de neus genomen te worden.===

Geplaatst op 1 februari 2010 om 21:11.
Print dit bericht