Onsmakelijk om te zien, lekker om te doen (vermoed ik). Een vader van een vriendje vroeger zei dat altijd na het eten: “Zo, en nou ‘s effe lekker uitbuiken.” Hij had zijn omvangrijke pens kort tevoren volgestouwd met gestoofde doorregen varkenslappen (2 stuks), een berg gestampte aardappelen met bovenop een kuil jus van de varkenslappen en een stevige schep doorgekookte andijvie (“om de darmen aan de praat te houden”, zei hij.) Dus dat werd uitbuiken. Languit op z’n eigen vaste fauteuil, de ogen gesloten, en als het je tegenzat, liet hij er na enige tijd een wind bij.

Geplaatst op 2 maart 2015 om 10:46.
Print dit bericht